Luisteren

on

De oproep lijkt elk nieuwsmedium zo’n beetje wel bereikt te hebben: Luister naar de boze burger! 

Het gaat niet om zomaar een ontevreden boze burger. Nee, het gaat om de burger die zich van de gevestigde politiek afkeert. We trekken voor het gemak een lijn over de Atlantische oceaan: het zijn de Trump-stemmers. Zij voelden zich niet serieus genomen, voelden zich genegeerd. Dat is althans de boodschap.

Iets zegt mij dat het omgekeerde aan de hand is. Die boze burger voelt zich uitermate gehoord. En spontaan zijn er nu mensen in de media en politici die vinden dat we de boze burger moeten geven wat ze willen: een podium. In de politiek hebben zij, dankzij politici als Wilders, Le Pen en Trump, die kans gegrepen. Een innige omhelzing is het geworden.

We zijn daardoor in een boze echokamer terecht gekomen. De boze burger ziet ineens overal bevestigende stemmen. Ik voel er eigenlijk niets voor die stemmen hier te herhalen. Ze zijn racistisch, seksistisch, hatelijk en discriminatoir. Strijden voor het vrije woord heet dat volgens die boze burger.

Want waarom zou je luisteren naar andersdenkenden wanneer je ze hel en verdoemenis kan toewensen? Wordt de mening van de boze burger tegengesproken, met feiten weersproken, aangesproken op haar hatelijkheid, dan is het land te klein. Dan moet de burger die opstaat tegen de boosheid terug naar waar ze vandaan kwam, verkracht worden, bedreigd worden en  als het even kan van de aardbodem verdwijnen.

Is dat de taal waar de media en politiek naar moet luisteren? Is dat de houding waar we met trots onze rechtstaat op hebben gebouwd? Is dat het geluid waar we empathie voor op moeten brengen? Nee… Nee… en nog eens nee.

Het frappante van de ongrijpbaarheid van de boze burger is dat de mensen die zeggen dat we naar ze moeten luisteren geen “nee” hoeven te zeggen. Er hoeft geen streep in het zand getrokken te worden. ‘De boosheid is niet meer dan bezorgdheid’. ‘Mensen hebben zorgen’. En de oorzaak van de boosheid wordt net zo ongrijpbaar gemaakt. ‘Het vluchtelingenprobleem’ – alsof daar niet een probleem achter ligt waar Nederland vrolijk aan mee doet: oorlog. ‘Het komt door de banken’ – alsof het financiële systeem niet op schulden leeft maar op haatzaaierij.

Zolang die boze burger maar niet zelf in een spiegel hoeft te kijken. Wie wil nu een intens naar persoon zien, wanneer je jezelf kan zien als beschermer van de Nederlandse identiteit? Wie wil zich gaan schamen voor wreed taalgebruik, wanneer je je vertolker van de wil van ‘het volk’ kan wanen?

Taal is niet zonder gevolgen. Racistische taal, seksistische taal, discriminerende en haatzaaiende taal heeft de afgelopen 15 jaar een eigen gelijk in het publieke debat gecreëerd. Hoe kan er nu nog naar de boze burger geluisterd worden? Ze hebben zich verzekerd van hun eigen toehoorders, die hen napraten, instemmend knikken en het tegengeluid voor ze overschreeuwt. Luisteren naar elkaar, waarom zou je dat nog doen?

Als er werkelijk iets te luisteren valt, iets wat niet op afgunst, vreemdelingenhaat, superioriteitsgevoel of fragiele mannelijkheid rust, dan zou ik misschien overwegen te luisteren. Mijn advies aan iedereen die overweegt wel naar die boze burger te luisteren: neem de boze burger serieus en trek die streep.

Met alle aandacht voor de boze burger wordt maar al te makkelijk vergeten dat er ook nog andere burgers zijn. Zij die geen podium hebben, zij die afhankelijk zijn van het goed functioneren van onze rechtstaat en onze democratie. Zij die nu in de media en het publieke debat onder de voet worden gelopen. Mij maak je niet wijs dat de roetpieten of de discriminatieveroordeling van Wilders een teken zijn van een gelijkwaardig publiek debat. Niemand zegt namelijk dat dit redenen zijn om meer te luisteren naar deze groep burgers. Zij hebben voor hun eigen rechten gestreden tegen grote weerzin en weerstand van boze burgers en hun luisteraars in.

Daarom blijf ik trouw aan mijzelf, als vrouw in een relatie met een vrouw, als transpersoon, als iemand die gelooft in burgerrechten, als iemand die strijd voor solidariteit en rechtvaardigheid. Ik kan het niet veroorloven mijn oor te luister te leggen bij die boze burger. Dat privilege heb ik niet en wil ik niet. Ik luister wel naar de hoopvolle burger, de burger die vertrouwd wil worden, de burger die als mens behandeld wil worden, de burger die tegen onrecht ten strijde wil trekken, de burger die haar hand uitsteekt naar landgenoten die anders dan haar zijn. Luistert u mee?

 

 

 

Advertenties